Adèle Rosenfeld – Kwallen Hebben Geen Oren

Summary
Louise is al sinds haar jeugd slechthorend, maar tijdens een recent onderzoek is gebleken dat haar gehoor nog verder achteruit is gegaan. Ze komt voor een lastig dilemma te staan. De wereld van doven en half-doven lijkt geen vriendelijke wereld te zijn als je dit boek mag geloven. De frustratie waarbij gebarentaal door compleet doven wordt gebruikt is ook meteen het onderscheid met zij die nog wél iets horen. Het boek is vertaalt en dat merk je. Woorden als 'obool', 'vertoog' en 'onomatpoteëen' maken dat dit boek Vlaams voelt. De hoofdstukjes zijn tamelijk kort wat de leesbaarheid ten goede komt. Af en toe een woordenboek in de aanslag.
7

Doof sinds geboorte

Louise is al sinds haar jeugd slechthorend, maar tijdens een recent onderzoek is gebleken dat haar gehoor nog verder achteruit is gegaan. Het is van ‘leefbaar’ naar ‘kan dit nog wel zonder hulpmiddelen?’ gegaan. Een lastig dilemma voor iemand die graag doet alsof er niks aan de hand is om zich zo in de massa op te kunnen laten gaan. Dat blijkt ook wel uit alle bijfiguren die haar kijk op de wereld steeds op de hak nemen. Met én voor haar.

Orde In Chaos

Talrijk zijn de omschrijvingen van spraak. Voor een half-dove ís spraak tenslotte taal die anders ervaren wordt. Niet zozeer in woorden, maar trillingen en bewegingen. Bewegende monden vooral. De metaforen die gebruikt worden zijn vaak hilarisch. Het doet af en toe denken aan de serie Ally McBeal, waarbij dat zo duidelijk een element was, of aan, om in literaire kringen te blijven, Hart Van Steen van Renate Dorrestein. Dat heeft hier ook een handje van. Dat compenseert dat er wel érg veel aandacht wordt besteed aan deze omschrijvingen. En hoe doven en half-doven onderscheid maken tussen elkaar en hoe zij naar taal kijken.

Verschillende Werelden

De wereld van doven en half-doven lijkt geen vriendelijke wereld te zijn als je dit boek mag geloven. De frustratie waarbij gebarentaal door compleet doven wordt gebruikt is ook meteen het onderscheid met zij die nog wél iets horen. Hoofdpersoon Louise ligt met zichzelf en zij die helemaal niet horen in de clinch op het moment dat ze op proef naar een cursus gebarentaal gaat. De man die de cursus geeft kijkt op haar neer, zo ervaart ze. Omdat Louise zichzelf met een gehoorapparaat heeft weten te redden. Tot nu toe. Ze ligt ‘eruit’.

Deel van de maatschappij

Louise gaat op in de momenten dat ze leuk met haar vrienden mee kan doen in de kroeg. De verbastering van woorden is wat je in films weleens voorbij ziet komen en in dit geval op schrift. Die momenten zijn hilarisch om te lezen. Het komt zó bekend voor, zelfs bij zij die goed horen. Toch komt ook de gedachte om de hoek zeilen: ‘joh, maak het jezelf niet zo onnodig moeilijk’, maar dat is makkelijk praten voor iemand die dit probleem niet dagelijks ervaart. Tenslotte had Stephen Hawking er aanvankelijk ook geen zin in, die rolstoel. Een hulpmiddel is niet altijd zichtbaar en mensen reageren verschillend op handicaps.

Nu vertelde ze vast over die keer dat haar grootvader per ongeluk zijn gehoorapparaat in het glas had gelegd dat bedoeld was voor zijn kunstgebit, of nee, aan haar brede lach te zien was het die keer dat de schoonmaakster het hoortoestel had teruggevonden in de opgedroogde kots van de kat.

Opvallende woordkeus

Wat opvalt is de luchtige manier van schrijven waarmee het verhaal wordt verteld, dat evenwel regelmatig wordt opgeschrikt door nogal pretentieuze woorden. Dit heeft te maken met de vertaling vanuit het Frans. Het lijkt Vlaams wat je leest door woorden als ‘obool’, ‘vertoog’ en ‘onomatpoteëen’. Het maak dat het af en toe voelt alsof je meelift met een Disney-held die zich in een zin van een Umberto Eco of Simon Vestdijk heeft verslikt.

Dromerig

Al die bijfiguren die als hulpjes functioneren doen denken aan A Beautiful Mind, waarbij in eerste instantie niet erg duidelijk is of die figuren echt zijn of niet. Het leest heel dromerig weg, maar soms kruizen de paden van droom en werkelijkheid elkaar. Ook valt het op dat er nauwelijks echte gesprekken plaatsvinden, want Louise is doof en verstaat soms de helft niet en ze is nogal koppig: ze heeft geen zin om de hele tijd ‘wat?’ te moeten vragen. Al met al is het een boeiende en bij tijd en wijle goed vermoeiende reis van iemand met een handicap die voor het dilemma komt te staan: wil ik nog meedoen met de rest? En welke rest dan precies?

Worsteling

Veelal is dit boek een reis door iemands worsteling met de realiteit dat er óf een operatie plaats moet vinden om net zo te blijven functioneren in de maatschappij zoals ze altijd al heeft gedaan, óf dat ze die operatie moet laten. Er is geen weg meer terug naar ‘niets doen’. Ze moet hoe dan ook actie ondernemen. Dat is wat Louise nog het meeste stoort, merk je.

Wat is jouw mening?

0 0

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Lost Password

Please enter your username or email address. You will receive a link to create a new password via email.