Interview met Karin Quint

Karin Quint is journalist, feelgood auteur en groot liefhebber van Jane Austin. Onlangs is, na haar debuut Het koetshuis, het tweede deel uit de Landgoed Rosaville serie getiteld De theekoepel bij LS Amsterdam verschenen. Ter promotie van dit boek werd er een leesclub gehouden waarbij de deelnemers vragen aan haar mochten stellen. Een van onze redactieleden was hierbij, het interview lees je hieronder.

Hoe ben je begonnen met schrijven?

Ik heb altijd veel van lezen gehouden. Op de basisschool mochten we op een gegeven moment allemaal een stukje schrijven en de mijne kwam op de voorkant van de krant. Ik was toen een jaar of 10/11 en ontzettend trots. Toen wist ik al dat ik wilde schrijven en journalistiek wilde gaan studeren. Later werkte ik bij het Eindhovens Dagblad en moest ik een stukje schrijven over een schrijfwedstrijd die uitgeschreven werd door een literaire club. Ik besloot om zelf ook mee te doen en eindigde bij de laatste tien/twintig inzendingen. Mijn verhaal kwam toen in een boekje terecht. Ik schreef al voor de krant en was het gewend dat mijn werk werd gepubliceerd, maar iets wat uit mijn hoofd kwam voelde toch anders aan. Sindsdien heb ik het nooit meer los kunnen laten, ook al heeft het nog jaren geduurd voordat ik dit boek heb geschreven.

Hoe is het schrijfproces door de jaren heen gegaan?

Ik had het begin en het einde van het verhaal bedacht, evenals een paar andere dingen die er moesten gaan gebeuren. Voor de rest heb ik het allemaal niet gepland. Voor het tweede boek heb ik wel alles tot in detail uitgewerkt voordat ik ben begonnen schrijven. Bij het eerste boek was dat dus niet zo. Tijdens het schrijven bedacht ik heel veel dingen en dat heb ik laten gebeuren.

Ik had geen ervaring met het schrijven van fictie, maar ik heb wel journalistiek gestudeerd en ben voor mijn werk ook altijd aan het schrijven. Toch is fictie heel anders. Ik lees veel en als ik een boek heb gelezen waarvan ik onder de indruk ben, dan ga ik het nog een keer lezen en kijken waarom ik het zo goed vond. Ik heb geprobeerd om dat gaandeweg te leren en in mijn manuscript te verwerken. Ik ben er dan ook heel lang mee bezig geweest om mijn eigen schrijfstijl te vinden. Ik vind het nog steeds bijzonder dat er uit die hele chaos een boek is gekomen.

Kun je wat meer vertellen over hoe Charlotte Brontë en Jane Austin jou hebben geïnspireerd?

Eigenlijk is het boek ooit begonnen (in een ver verleden) als een moderne versie van Jane Eyre. Degene die dat boek goed kennen zien er nog wat restjes in terug. Ik ben heel erg fan van dit boek. Wat ik vooral mooi vind aan Jane Eyre is dat de hoofdpersoon iemand is die, wat er ook met haar gebeurt, altijd sterk blijft en de overhand heeft. Ze heeft controle over haar eigen leven. Wat ik ook heel mooi vind, is dat in het boek de vrouw de man recht in plaats van andersom. Daar wilde ik iets mee doen, maar dan in onze tijd. Dat bleek nog behoorlijk ingewikkeld te zijn. Uiteindelijk ben ik mijn eigen gang gegaan en heb ik wel een aantal elementen terug laten komen. Ik heb er heel veel zelf bij verzonnen en ben een andere richting in gegaan.

Wat ik mooi vind aan Jane Austin is dat zij heel veel overlaat aan de fantasie van de lezer. Van Mister Darcy weten we alleen dat hij knap en lang is. Voor de rest weet je niet eens wat zijn haarkleur is, of hij krullen heeft of een baard. Ondanks dat je zo weinig over hem weet, heb je wel een duidelijk beeld van hem. Zo kan de lezer zelf fantaseren over hun Mister Darcy. Net als zij, heb ik ook geprobeerd om de beschrijving van mijn personages zo open mogelijk te houden en ze niet uitgebreid beschreven. Ik wilde het vooral aan de lezer overlaten om hun te creëren. Ik vind het zelf ook nooit zo fijn als iemand helemaal tot in de puntjes wordt beschreven, omdat het niet altijd past bij wat ik aantrekkelijk vind bijvoorbeeld.

Hoe heeft deze inspiratiebron je schrijfproces beïnvloed?

Ik ben meer dan 10 jaar geleden begonnen aan Het koetshuis. Toen had ik nog niet direct bedacht dat dit een serie ging worden, want zo werkte het gewoon niet. Ik ben begonnen met schrijven volgens dezelfde techniek waar ook Brontë mee oefenende. Juist om te oefenen met het leren van schrijven. Ik heb heel veel geoefend en weggegooid. Op een gegeven moment wilde ik het loslaten, want het was te beperkend om me aan die structuur te houden. Toen kwamen er andere dingen en verhaallijnen bij zoals die van de oma. Wat ik van Jane Austin heb geleerd, is dat het allemaal niet te sentimenteel en dramatisch moet zijn, maar juist herkenbaar voor gewone mensen in het gewone leven met gewone gebeurtenissen die ons allemaal kunnen overkomen. Dat spreekt mij altijd het meeste aan.

Is Landgoed Rosaville op een bepaald landgoed gebaseerd?

Landgoed Rosaville is niet een heel erg specifiek landgoed, maar in het verleden heb ik een reisgids geschreven over het Engeland van Jane Austin. Daarvoor heb ik heel veel landgoederen in Engeland bezocht. Ik ben zelf opgegroeid aan de rand van de Utrechtse Heuvelrug waar heel veel landgoederen liggen. Dit is ook waar Landgoed Rosaville ligt.

Het is gebaseerd op een van die mooie landgoederen in de buurt van Zeist. Het landgoed is verzonnen en bestaat dus niet echt, maar het is een soort combinatie van allerlei dingetjes die ik op het landgoed echt heb gezien en ideeën die ik heb opgedaan. Zo is Landgoed Rosaville ontstaan en gegroeid. Ik mocht het allemaal zelf verzinnen, want in zo’n boek ben je je eigen baas. Dat was heel erg leuk om te doen! Ik ging ook helemaal los. Als ik dacht ‘ik wil hier nog een extra kamer’ dan bouwde ik er gewoon een kamer aan.

De naam Rosaville komt van Anneville af. Dit is een landgoed wat vlak bij Breda ligt (ik woon zelf in Tilburg) en dat vernoemd is naar Anne, de vrouw van het huis. Toen ik over een naam voor Rosaville na moest denken dacht ik aan Roosje. Zo is Rosaville ontstaan.

Wie is jouw favoriete personage uit het boek?

Kees, wat hij is gewoon een lieve schat. Mannen komen vaak negatief in het nieuws, maar gelukkig zijn er ook gewoon heel veel goede, lieve, aardige en behulpzame mannen. Kees is gebaseerd op al die mannen die ik ken, die mij geholpen hebben en op wie je kunt rekenen. Ik wilde hem echt zo’n gezellige Brabander maken, want dat soort mannen kom ik in Tilburg regelmatig tegen. Mannen die je ’s avonds voor het avondeten uitnodigen en bij wie je altijd welkom bent om aan te schuiven. Dat is het soort man dat Kees is. Heel zorgzaam en gastvrij.

Als Het koetshuis verfilmd zou worden voor Netflix, welke acteurs zou je dan willen dat de personages spelen?

Dit is een vraag waar ik tijdens de voorbereiding zelf ook aan heb gedacht. Ik had toen bedacht dat Martijn Lakemeier wel een goede Tom zou kunnen spelen. Hij is nu 28 jaar en moet nog een beetje rijpen, maar over 2 jaar als het script en de productie klaar is dan zou hij perfect zijn. Ik weet niet zo goed wie Laura kan spelen. Ik heb daar nog niet echt een idee bij. Tenzij Netflix het een internationale serie zou maken, dan zouden Jessie Mei Li en Ben Barnes de rollen kunnen nemen. Dat zou me fantastisch lijken.

Is Tom geïnspireerd op een bekende Nederlander?

Het uiterlijk niet, maar het karakter is wel geïnspireerd op Reinout Oerlemans uit Goede Tijden Slechte Tijden. Het is zo iemand die heel jong een televisie of productiemaatschappij is begonnen en daar heel succesvol mee is geworden – ook in het buitenland.

Waarom worden de vader en moeder van Laura bij hun voornaam aangesproken?

Hier is een hele duidelijke reden voor. Hannah en Laura zijn geen echte zussen doordat het gezin samengesteld is. Hannah is iets ouder dan Laura en haar moeder is overleden. Laura noemde Marjan geen ‘mama’, want het was niet haar moeder. Destijds was de gedachte aan haar moeder nog heel erg levend, vandaar dat ze haar stiefmoeder bij haar voornaam aanspreekt. Laura keek als jonger zusje tegen haar op en dacht ‘dan noem ik haar ook Marjan’. Haar vader is vrij snel na de breuk naar Thailand vertrokken en eigenlijk heeft Kees de vaderrol overgenomen. Er is een grotere afstand tussen Laura en Peter dan tussen Laura en Kees, daarom is ze haar vader bij zijn voornaam gaan noemen. Laura zegt soms wel ‘mama’ zoals in het einde van het boek, maar dit bewaart ze voor speciale gelegenheden.

De band tussen Laura en haar ouders is wat afstandelijker. Ik denk dat eigenlijk iedereen je familie kan zijn en het niet per se die bloedband hoeft te zijn. Je hebt misschien zelf wel een vriendin die zo vertrouwd aanvoelt dat het een soort zus voor je is. Ik wilde dat het een harmonieus gezin was, ook al hebben ze onderling wel wat akkefietjes. Er zijn veel samengestelde gezinnen waar mensen goed met elkaar kunnen opschieten en ik vond het een beetje cliché om ervan uit te gaan dat het niet goed gaat. Juist ook Laura en Hannah die zo verschillend zijn, maar eigenlijk ook gewoon twee lieve jonge vrouwen zijn. Ze kunnen het wel goed met elkaar vinden en dat vind ik zelf altijd de leukste relaties; als je elkaar niet helemaal snapt, maar wel van elkaar kunt leren.

Was het tweede boek makkelijker of moeilijker om te schrijven?

Wat moeilijker is, is dat iedereen nu opeens iets van je verwacht. Bij het eerste boek was dat natuurlijk nog niet zo. Mijn familie wist het zelfs pas toen ik het contract had gekregen. Ik heb tegen niemand verteld dat ik een boek had geschreven, want ik wilde voorkomen dat mensen vragen erover gingen stellen tijdens het schrijven. Als het uiteindelijk niks was geworden, had ook niemand er iets van geweten. Nu zijn er verwachtingen van de lezers, mijn familie en de uitgeverij. Gelukkig houd ik wel van die druk. Het schrijven is ook wel makkelijker, want nu weet ik wat mijn stijl is en hoef ik me daar niet meer mee bezig te houden. Los daarvan is het nog steeds super eng allemaal en zal het me ongetwijfeld een paar slapeloze nachten gaan kosten tegen de tijd dat het uitkomt.

Wat kunnen we van De theekoepel verwachten?

We zien Laura en Tom niet terug. Dat betekent niet dat ze nooit meer terug gaan komen, maar voor nu heb ik ze even op vakantie gestuurd. In De theekoepel gaan we weer terug in de tijd naar de jaren ‘30. Ik zie Landgoed Rosaville als een soort hoofdpersoon en bedenk wat daar allemaal is gebeurd en wie er heeft gewoond. In De theekoepel maak je kennis met Rosalie. Zij is de dochter van Roosje en Theo – de bouwers van de villa. Ze is opgegroeid in Engeland en naar Nederland gekomen. Hier probeert ze een leven voor zichzelf op te bouwen. In die tijd ging dat nog niet heel makkelijk voor een vrouw. Ze leert een heleboel interessante mensen kennen en heeft zelf nog heel wat lessen te leren voordat ze het geluk gaat vinden.

Karin Quint, bedankt dat je de tijd hebt genomen om de vragen te beantwoorden en LS Amsterdam, fijn dat ik erbij mocht zijn! De eerste twee delen van Landgoed Rosaville zijn nu te koop!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Gemarkeerde velden zijn verplicht *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Lost Password

Please enter your username or email address. You will receive a link to create a new password via email.